Aaisykjen

Foto door: Wiebe Kooistra

Aaisykje, het zoeken naar en het rapen van de eieren van de kievit, is een eeuwenoude traditie die diep geworteld is in de Friese cultuur. Al generaties lang trekken mensen het veld in om te speuren naar de eerste eieren van het jaar. Hoewel het rapen van eieren sinds 2015 niet meer is toegestaan, leeft de traditie voort in aangepaste vorm. Het zoeken is gebleven, maar met een nieuw doel: de bescherming van de weidevogels staat nu centraal.

Een levende traditie in een nieuw jasje

Vandaag de dag wordt het Aaisykje vooral beoefend als onderdeel van de weidevogelbescherming, ook wel nazorg genoemd. Ruim 2200 vrijwilligers van de BFVW zetten zich jaarlijks met toewijding, kennis van het veld en liefde voor de vogels in voor de weidevogels. Zij zoeken nesten, markeren ze op kaarten en beschermen ze tegen verstoring. Daarmee leveren ze een onmisbare bijdrage aan het behoud van soorten als de kievit, grutto en scholekster.

Een bijzonder onderdeel van de traditie is de huldiging van de vinder van het eerste ei. Deze wordt nog steeds feestelijk ontvangen door de Commissaris van de Koning of de burgemeester, als eerbetoon aan de lange geschiedenis van deze traditie.

Een ambacht, een kunst en een sport

Aaisykjen is meer dan zoeken. Het is een vak apart. Een goede aaisiker leest het veld als een boek. Hurkend aan de rand van het land, kijkend naar het gedrag van een mannetje dat nestkuiltjes draait, of een vrouwtje dat met strootjes smijt. Waar zit ze? Is ze aan het broeden? Zijn er al eieren? Deze vaardigheid maakt van aaisykjen een ambacht en een kunst, met een vleugje sportieve competitie.